Autisme en vriendschap

Vriendschappen, zo makkelijk is het niet!

Vriendschappen sluiten of behouden is niet voor iedereen zo gemakkelijk, Voor mensen met autisme is het een grote uitdaging. Vrienden maken en houden vragen om motivatie en sociale vaardigheden. In Nederland worden er veel trainingen voor sociale vaardigheden aangeboden, maar duidelijk bewijs voor de effectiviteit van deze trainingen is er nog niet.

Vaardigheden voor het houden en maken van vrienden

Vriendschap sluiten en in stand houden gaat bij veel mensen vanzelfsprekend, wat opvallend is want er komt nogal wat bij kijken. Want bij het sluiten van vriendschap moet je bijvoorbeeld weten hoe je leeftijdsgenoten moet benaderen, je moet een gesprek kunnen starten of jezelf kunnen mengen in een gesprek dat al gaande is. En dit alles zo natuurlijk mogelijk, want ze kunnen je zo afwijzen omdat ze je maar ‘vreemd’ vinden. En dan ben je er nog niet, want na de kennismaking moet je interesse tonen en doorvragen, dieper ingaan op gedeelde interesses en regelmatig contact met elkaar opnemen. Heb je deze stap goed doorstaan en is er een prille vriendschap gevormd dan moet deze vriendschap onderhouden worden. Maar hoe vaak spreek je met elkaar af? Wat doe je wanneer er jaloezie gaat spelen of hoe ga je om met een conflict? Hoe ga je hiermee om? Dit vraagt vaardigheden die niet voor iedereen zo vanzelfsprekend zijn, en wat het maken en houden van vriendschappen ingewikkeld kan maken.

Niet willen of niet kunnen?

Meen neemt vaak aan dat jongeren met autisme niet zoveel behoefte te hebben aan vriendschappen, of überhaupt mensen om zich heen. Jongeren met autisme hebben vaak minder wederzijdse vriendschappen en zijn sociaal minder betrokken bij clubjes en verenigingen. Bij de meerderheid van deze groep is dit niet zo omdat zij dit zo wensen, maar het is een kwestie van niet kunnen. Zij willen meer vriendschappen maar weten simpelweg niet hoe ze dit aan moeten pakken.

Sommige blijven het proberen, maar missen de aansluiting en blijven afgewezen worden en soms zelfs erger. Jongeren met een klinische diagnose hebben tot wel 7x meer kans om gepest te worden. Een ander deel van de groep doet, na een paar mislukte pogingen, geen moeite meer erbij te horen en zal sociale situaties uit de weg gaan. Het gemotiveerd houden en ondersteunen van deze groep jongeren is dus een pre. Want het is wetenschappelijk aangetoond 1 of 2 goede vrienden zorgen voor meer zelfvertrouwen. Wat nodig is voor meer onafhankelijkheid, minder angst en depressie. Zodat ze opgroeien en zich op latere leeftijd beter kunnen aanpassen aan veranderingen en stressvolle gebeurtenissen.

SoVa-trainingen

Om jongeren te ondersteunen worden er sociale en communicatieve vaardigheidstrainingen gegeven (SoVa). De effectiviteit van deze training is echter niet wetenschappelijk bewezen en het langetermijneffect laat te wensen over. Waardoor dit komt, daar is men nog niet helemaal over uit. Het moeilijk doorzetten van de geleerde sociale vaardigheden naar de snelle wereld van jongeren is een mogelijkheid. Binnen de trainingen gaat het ze vaak prima af, maar zodra ze het moeten toepassen in de echte wereld, helpt het ze niet om meer vrienden te maken of te houden.

Welke vaardigheden kunnen gegeneraliseerd worden?

Als voorbeeld, een schoolgaande puber heeft moeite zich in een gesprek te mengen. Een behulpzame ouder zou zeggen “Je loopt erop af en je maakt een praatje over iets dat je hebt meegemaakt, over het weer of over een tentamen op school’. Goedbedoeld advies, maar stel het je even voor: een groepje jongeren staat te praten over een serie die ze hebben gezien en daar komt iemand bijstaan die midden in hun gesprek het gesprek naar zichzelf toetrekt en out of the blue ineens over totaal iets anders begint te praten. Beetje gek niet?

De tips komen uit een goed hart, maar hoe bruikbaar zijn ze? Aan welke tips zouden jongeren wel iets hebben? Om deze te ontdekken zul je sociaal sterke jongeren die goed in de groep liggen moeten observeren in verschillende situaties, de zogenaamde ‘ecologisch valide sociale vaardigheden’ observeren.

Wat doen sociaal sterke jongeren wanneer ze aansluiting zoeken, en zich in een gesprek willen mengen? Kort maar krachtig, zij kijken, luisteren en sluiten zich aan. Van een afstand hebben ze al bepaald waar het gesprek over gaat en of ze hier iets aan toe te voegen hebben. Wanneer ze voor zichzelf bepaald hebben of ze iets toe kunnen voegen aan het gesprek, komen ze dichterbij, beginnen met even oogcontact maken, en zodra er een pauze is zeggen ze iets dat aansluiting heeft op het onderwerp dat al besproken werd. 

Vertalen naar het normale leven

Het aanleren van ecologisch valide sociale vaardigheden lijkt wel vruchten af te werpen, om jongeren met autisme hierin verder te helpen deze vaardigheden onder de knie te krijgen moet er gekeken worden naar hun leerstijl. Ongeschreven regels laten zich moeilijk vastleggen, maar met concrete stappenplannen, strategieën en regels kunnen jongeren geholpen worden om sociale situaties beter te kunnen beoordelen. 

Oefenen, zowel tijdens training maar nog belangrijker daarbuiten in de echte wereld met echte mensen, zorgt ervoor dat de nieuw opgedane sociale vaardigheden zich beter verankeren. Hiervoor zijn huiswerkopdrachten met hulp van ouders een goede optie, of het lezen en toepassen van hulpboeken zoals voor meiden met autisme. Ook zullen de jongeren de buitenwereld in moeten en hun sociale vaardigheden moeten trainen op plekken waar ze potentiële vrienden gevonden kunnen worden. Alleen door het te blijven doen, en de geleerde vaardigheden te blijven inzetten zullen de succeservaringen toenemen en de motivatie om nieuwe vrienden te maken en houden stijgen.

PEERS-training

Voor jongeren in de leeftijdsgroep 12 tot 18 jaar met autisme  is er in Amerika een PEERS training ontwikkeld. Een evidence-based sociale vaardigheidstraining waarbij leeftijdsgenoten (peers) een belangrijke rol spelen. Uit onderzoek blijkt dat de training effect heeft én dat de jongeren 1 tot 5 jaar later nog steeds sociaal vaardiger zijn, assertiever zijn, vaker met vrienden afspreken, meer empathie en zelfcontrole tonen en minder internaliserende en externaliserende problemen laten zien.

Plaats een reactie